ERFRECHT

vean lid - gecertificeert erfrecht specialisteOverlijden

Na iemands overlijden treedt het erfrecht in werking. De nabestaanden vragen zich af “wie is erfgenaam?”. Zijn er nog bijzondere handelingen nodig?
Om te weten te komen wie erfgenaam is, kunt u bij het Centraal Testamentenregister informatie opvragen. Door het invullen van een formulier en verzenden van een overlijdensakte naar het Centraal Testamentenregister krijgt u binnen 7 dagen informatie of de overledene, de “erflater”, een testament had opgemaakt en bij welke notaris u dit testament kunt opvragen. In het testament staat wie erfgenaam is, voor welk deel, of er nog legaten zijn en of een executeur is benoemd.
Als de erflater geen testament heeft opgesteld, is het versterferfrecht van toepassing. Dan staat in de wet, Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, wie erfgenaam is.
U kunt de nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen.
Leest u onder “Beneficiaire aanvaarding” meer over dit onderwerp.

Wie is erfgenaam?
Als de erflater een testament heeft laten opstellen, kunt u dat als erfgenaam opvragen bij de notaris. Indien u als kind bent onterfd, is het mogelijk dat u slechts een deel van het testament ontvangt waarin u bent uitgesloten als erfgenaam of enkel de mededeling dat u niet tot erfgenaam bent benoemd. Uit het testament volgt in ieder geval wie erfgenaam is. Mocht u als kind of kleinkind (als uw ouder is overleden) zijn onterfd of niets erven, heeft u recht op een legitieme portie.
Indien de erflater geen testament heeft laten opstellen, is het verstererfrecht van toepassing. Dan staat in de wet wie erfgenaam is. Erfgenaam volgens de wet zijn de bloedverwanten van de erflater tot en met de 6e graad. Als erflater geen bloedverwanten tot en met de 6e graag had, is de Staat erfgenaam.
Legitieme portie
Indien u als kind bent onterfd of niet wordt genoemd in het testament heeft u recht op een legitieme portie. De legitieme portie wordt ook wel “kindsdeel” genoemd. Mocht uw grootouder overlijden en uw vader/moeder is al overleden en u erft niets, heeft u ook recht op een legitieme portie. Uw recht moet u geldend maken. U moet dus de erfgenamen of executeur aanschrijven en uw aanspraak geldend maken.
Dat moet u doen binnen vijf jaar na het overlijden van de (groot)ouder. Dit is een vervaltermijn en houdt in dat de termijn van vijf jaar ook geldt als u niet van het overlijden van de (groot)ouder op de hoogte bent. Het gebeurt wel vaker dat (groot)ouders niet willen dat hun (klein)kind van het overlijden op de hoogte wordt gebracht of dat de langstlevende (stief-)ouder u express niet op de hoogte brengt. Het is dus zaak om binnen de termijn van vijf jaar een beroep op de legitieme portie te doen.
De legitieme portie is de helft van hetgeen u recht op zou hebben als u niet was onterfd. Stel: er zijn twee kinderen en een langstlevende ouder. Als de erflater geen testament had gemaakt, zou u recht hebben op 1/3. Uw legitieme portie is de helft van dit erfdeel, in dit geval dus 1/6e.
Wettelijke verdeling
Indien een erflater niet over zijn nalatenschap heeft beschikt, is de wet op de vererving van toepassing. In principe zijn de echtgenoot en de kinderen van de erflater erfgenaam. Indien de erflater getrouwd is of een geregistreerde partner heeft als hij overlijdt, is de wettelijke verdeling van toepassing. De echtgenoot of partnter, langstlevende genoemd, krijgt dan de gehele nalatenschap van rechtswege toegedeeld. De kinderen van de erflater krijgen slechts een niet-opeisbare vordering op de langstlevende. De vordering is opeisbaar in een aantal gevallen. Dit worden wilsrechten genoemd.
Onterving echtgenoot of partner
Indien een erflater zijn echtgenoot of partner heeft onterfd of slechts een klein deel van zijn nalatenschap heeft vererfd, kan deze onterfde echtgenoot of partner aanspraak maken op een wettelijk recht. Er bestaan twee soorten wettelijke rechten voor de langstlevende. Enerzijds het recht op vestiging van een vruchtgebruik op de woning en inboedel en anderzijds op overige goederen van de nalatenschap. Het verschil ligt in de bewijslast van de behoefte van de langstlevende. Bij een vruchtgebruik op de woning en inboedel moeten de erfgenamen bewijzen dat de langstlevende geen behoefte heeft aan dit vruchtgebruik. Bij een vruchtgebruik op overige goederen (bijvoorbeel spaartegoeden) moet de langstlevende bewijzen dat zij behoefte heeft aan dit vruchtgebruik.
Voor beide soorten vruchtgebruik geldt een korte termijn van zes (6) maanden waarin u een beroep moet doen op dit wettelijke recht. Nadat de langstlevende een beroep op het wettelijke recht heeft gedaan, geldt een verjaringstermijn van de rechtsvordering van vijftien (15) maanden na overlijden van de erflater. Er moet dus binnen die vijftien maanden óf overeenstemming zijn bereikt en het vruchtgebruik zijn gevestigd óf een procedure bij de kantonrechter aanhangig gemaakt moeten worden.
Verdeling nalatenschap
Als er meer erfgenamen zijn, bent u deelgenoot in een gemeenschap. Na overlijden is dat de nalatenschap. De verdeling van een nalatenschap/erfenis geeft vaak problemen. Wie heeft recht op welke zaken? Wie mag verdelen? Bij alle vragen betreffende de verdeling van een nalatenschap kunt u contact met Groot-van Ederen Advocaat opnemen!